Op Een Lijn

De Nederlandse gezondheidszorg staat voor grote uitdagingen. Door toename van het aantal ouderen en chronisch zieken neemt de zorgvraag toe, terwijl tegelijkertijd hogere eisen aan kwaliteit en transparantie opgevoerd worden.

 

 

De 1e lijnszorg speelt bij deze uitdaging een centrale rol. Zorg dicht bij huis is prettig voor zorgvragers. Nog beter is het wanneer een zorgvraag voorkomen kan worden door vroegtijdig in te spelen op specifieke gezondheidsrisico’s onder de lokale bevolking. Dat vraagt om meer samenwerking tussen de klassieke domeinen van preventie, zorg en welzijn. Het doet een beroep op het ondernemerschap van zorgaanbieders; het zien van nieuwe kansen.

 

De 1e lijnszorg bestaat op dit moment nog grotendeels uit relatief kleine werkeenheden met een inhoudelijke oriëntatie. Om de uitdagingen van de toekomst het hoofd te kunnen bieden is een gestructureerde bundeling van krachten nodig. Het ministerie van VWS heeft daarom opdracht gegeven tot een stimuleringsprogramma dat de organisatiekracht en daarmee het innovatief vermogen van de zorg dicht bij huis moet vergroten.

Programmalijnen

Er zijn drie programmalijnen:

  1. Ondersteunen van samenwerkingsverbanden bij opstarten en doorontwikkelen en onderzoeken van kenmerken van succesvolle samenwerkingsprojecten en eventuele faalfactoren
  2. Instrumenten voor overdracht en implementatie ontwikkelen en de kennis en ervaringen beschikbaar maken voor alle eerstelijnszorgaanbieders, als basis voor opschaling. De praktijkvoorbeelden zijn geen blauwdrukken, maar kunnen juist inspireren en stimuleren tot lokale actie.
  3. Onderzoek naar de kenmerken en kansen in de eerstelijnszorg die het individuele samenwerkingsverband overstijgen. De opbrengsten van Op één lijn liggen vooral op het terrein van voorbeelden van samenwerking. In het programma worden tientallen samenwerkingsverbanden gevolgd, ondersteund en onderzocht. Daarnaast kent het programma een onderzoekslijn voor vraagstukken die het niveau van afzonderlijke projecten overstijgen. Tezamen leveren deze lijnen kennisproducten op, die breed toegankelijk gemaakt worden en de bron zijn voor de ontwikkeling van implementatietools.